BLAUW

uit Kleurenvisie 2003-3

Het thema van dit nummer van de Kleurenvisie is blauw. Blauw (golflengte in het spectrum rond de 450-480 nm) gaat door voor een koele kleur. Terwijl rode tot gele tinten warm heten, zijn witte tot blauwe en violette tinten ingedeeld bij de koele kleuren.

Blauw wijkt. (Licht)blauwe vlakken lijken verder weg dan helderrode. Groen zit daar ergens tussenin. Dat heeft waarschijnlijk alles te maken met het verschil in breking van de kleuren door de ooglens: blauw licht wordt sterker gebroken dan rood licht.

Een vreemde tegenstelling hierbij is dat veel materiaal bij verhitting eerst rood tot geel wordt en bij nog heter stoken wit tot blauw. Blauw is dus véél heter!
Hoewel blauw een veelvoorkomende kleur is (blauwe lucht), en in kleding opvallend zichtbaar in het vele spijkerbroekenblauw dat sinds 1965 niet meer weg te denken is uit het straatbeeld, heeft het immer een opvallende uitwerking op ons welbevinden.
Is (kunst)licht blauwig, dan wordt dat als koud ervaren, de temperatuur van een blauwe ruimte wordt lager ingeschat als die van een warmer gekleurde ruimte. De hartslag wordt in een blauwe omgeving trager, de ademhaling rustiger. Blauw is een kleur om bij te ontspannen en helder te denken. Hemels en vredig zijn bekende associaties (blauwhelmen?).
Blauw wordt ook als afstandelijk en zelfs kil ervaren. Donkerblauw ondersteunt gezag (blauw op straat; marine). Blauwe verkeersborden zijn gebodsborden. Een (donker)blauw pak staat voornaam.
Witte of gele letters op een blauwe achtergrond zijn voor de meeste mensen het best leesbaar en daarom populair op richtingaanwijzers en straatnaamborden.
Blauw wordt geassocieerd met ruimtelijk. Reizen en vakantie horen daarbij.

Blauw in verband met het menselijk lichaam is ongunstig: blauw van de kou, blauw van benauwdheid (stikken), bont en blauw geslagen worden. Zuurstofarm bloed ziet er blauwer uit.
Blauw voedsel wordt als vreemd en vaak ook ongewenst ervaren. In fruit (druiven, pruimen, bessen) kan het nog een beetje, maar blauwe groenten horen eigenlijk niet: als rode kool na het koken blauwig wordt, is een scheut azijn of een zure appel het aangewezen middel om het boeltje meer naar rood te verkleuren. Andere blauwe eetwaren (smurfenijs, blauwe ketchup) kunnen alleen kinderen echt bekoren. Blauw staat voor fris. Wit wasgoed, dat met de vroegere wasmethoden en -middelen de neiging vertoonde op den duur steeds verder te vergelen, werd met blauwsel ("Reckitts wasmachineblauw") weer opgepept. Later kwamen er geschiktere bleekmiddelen en optische witmakers (met fluorescerende eigenschappen) op de markt om dit "huisvrouwenprobleem" uit de wereld te helpen.

Blauwe kleuren zijn in veel traditionele producten een zeldzaamheid.
Blauwe (massieve) bakstenen zijn uiterst kostbaar, de zgn. blauwe dakpannen (verkregen door het smoren van rode pannen - een reductieproces waarbij Fe2O3 omgezet wordt in FeO) zijn eerder grijszwart dan blauw te noemen.
Blauw in houtsoorten komt nagenoeg niet voor: "blauw" is een aantasting door schimmel van bijvoorbeeld grenen. Blauwhout is verfhout uit de Mexicaanse staat Campêche. Door weken of koken is dit vrij te maken.

Blauw is cool. De eerste I-macs waren (transparant) blauw, blauwe schermpjes in mobieltjes zijn populair. En hot: De nieuwe standaard op het gebied van draadloze communicatie heet "Bluetooth"…

Reiné Gadellaa

"ENDE SY TELDEN SICH BLAUWE VINGHEREN"

Of: hoe de Zwollenaren aan de naam Blauwvingers zijn gekomen

Zoals gewoonlijk zijn er van deze overlevering meerdere versies in omloop. Maar het verhaal komt ongeveer op het volgende neer:
In de Middeleeuwen reeds bestond er een zekere rivaliteit tussen de bewoners van Kampen en Zwolle. Deze naijver was er de oorzaak van, dat men elkaar het leven zo lastig mogelijk maakte. Zo werden schepen uit Zwolle, als zij Kampen passeren moesten, beroofd en trokken troepen Zwollenaren de Kamperpoort uit, om 's nachts het vee uit de weilanden van het Kampereiland te stelen.
In een periode van gewapende vrede, klopte het stadsbestuur van Zwolle bij Schout en Schepenen van Kampen aan, om ter aanvulling van hun berooide gemeentekas het klokkespel, uit de grote toren van de Michaëlskerk die door brand verwoest was, aan Kampen te koop aan te bieden. Het bleek dat de gehate Steuren (scheldnaam voor Kampenaren) beter konden sparen dan de vroedschap van Zwolle. De prijs die Zwolle vroeg was vele malen te hoog, maar de Kampenaren hadden dat pas in de gaten toen de overeenkomst al gesloten was. Kampen besloot daarop Zwolle terug te pakken door het verschuldigde bedrag uit te betalen in zo klein mogelijk muntgeld.
Zo kwam op een goede dag een wagen, volgeladen met zakken, de Kamperpoort binnenrijden. Krenterig als ze waren besloten de Zwollenaren alles tot de laatste duit na te tellen. De samenstelling van deze koperen munten was echter niet zo als wij die thans hebben, want toen de Zwollenaren klaar waren, hadden zij blauwe vingers gekregen van al het tellen en lachend trokken de Steuren met hun klokken op de wagen naar Kampen.
De feestelijke dagen, die in de zomer in Zwolle worden georganiseerd, heten "Blauwvingerdagen" en in de nieuwe huisstijl van de gemeente Zwolle is nu prominent een blauw handje opgenomen.

Reiné Gadellaa, met dank aan Harry Vrielink en Annemarie Flohr

Zwolse Blauwvingers

door Minke Kraijer

Umdä-k nog wel ies in de geskiedenisboeken van Zwolle duke, kom ik netuurlijk allerlei gebeurtenissen en onderwärpen tègen uut vroggere tieden. Ook las ik weer 't verael oe wi'j an de name 'Blauwvinger' bint ekommen. Jullie kennen 't vaste wel. Zwolle ad 't kepotte carillon an Kampen verkocht en Kampen of ons dät betaald ezet met zakken kleingeld tellen zodät onze vingers der blauw van wieren. Een mooi verael maer döör geleuf ik dus niet in. Ik binne döörumme alle boeken nog ies deurewest en zo kan-k jullie eindelijk 't juuste verael vertellen.

Altied zatten Zwolle en Kampen mekaere in 't wier. Umme Zwolle dwärs te zitten, ield Kampen vake de volgeladen skepen tègen die naor Zwolle mossen umme döör un lading koffie, tebak, zepe en al dät soort zaken te kunnen lössen. Dät dwärsliggen dejen de Kampenaeren umdät ze altied deur de Zwollenaeren wieren uuteskölden veur Kamper uien. Döör waeren ze beslist niet blij met. Umdät Kampen dus de skepen tègen ield, waeren de Zwollenaeren zo ellig dät zij de koeien uut de wei stèèlden bij de Kampenaeren. Dät gebeuren 's nachens terwiel ze in Kampen leien te slaopen. Eel sniekie slopen de Zwollenaeren aover de weilanden. Een lank dik touw wier umme de nekken van de koeien eknupt en aover de weg Zwolle-Kampen gongen de Zwolse boeren met un buit in een lange karavaan weerumme. Lewaai wier der niet emaakt want de weg naor Zwolle was toen nog een zandweg dus gekletter van koeie-oeven waeren niet te euren. De andere dag waeren de Kampenaeren netuurlijk op un beurte ontiegelijk kwaod dät un vee estölen was. Now waeren de Kampenaeren niet zo ärg goochem as ons Zwollenaeren. In die tied liet Zwolle aoverdag 't vee buten de stadspoorten in de wei grazen en tègen de aovend wier 't vee weer binnen de poorten ebracht. Onze naobers dejen dät niet. Wel wieren ze zo verstandig nao 't stèlen van de koeien um die biesten in de wei an kettingen te leggen. Ze adden zo'n vermoeden dät 't de Zwollenaeren waeren die un vee adden estölen. Met 't idee dät Zwolle de aoverige koeien niet meer kon weg-alen, gongen de Kampenaeren met een gerust ärte naor bedde.
Een Zwollenaer die op deurreize was en op klöörlichten dag Kampen passeren, ving op wat ter was gebeurd en wat de Kampenaeren bedacht adden umme 't värdere stèlen van vee te veurkommen. De reiziger wol betieds in Zwolle terugge wèèn zodät ij iederiene kon waerskouwen. IJ deed zien verslagen de Zwollenaeren gongen in beraod. "Wat now?" zeien ze tègen mekander. Ien van de boeren ad een idee. "Dan nemmen wi'j emmers met en zullen wij de koeien van die Kamper uien töt de leste druppel uutmelken." Zo gongen de Zwollenaeren de volgende nacht op pad en wieren de koeien emölken. Toen de Kampenaeren dät 's mörgens ontdekten, was bi'j un de maote vol. "Wi'j wörren al uutesköllen veur Kamper uien, ze pakken onze koeien of en now ook nog de melk!" De oge eren van Kampen stakken un uiekoppen bi'j mekaere. Nao een paer uur knikten ze evig. Ze zollen die akelige Zwollenaeren wel ies een lessien leren.
Ze voerden un plan uut en gongen die aovend tevrèden naor bedde. Opni'j kropen de Zwollenaeren de wei deur en ieder ad twie emmers veur de melk. Oewel 't pikkedonker was, vonnen de Zwollenaeren de koeien in 't land en begunnen driftig te melken töt de leste druppels weer in de emmers vielen. Toen maakten ze dät ze vot kwammen en lieten zich opslokken deur 't duuster. Bi'j 't dagen van de mörgen wieren de Zwollenaeren, via de Kamperpoorte, binnen-elaoten. Ze lieten met trots de buit zien an de stadbewoners.
"Wat ebben jullie now an de vingers zitten," skreeuwen ien van de stadsluu opies. De Zwollenaeren stakken tegelieke un annen naor veuren en bekeken un vingers. Ze waeren allemaole kats blauw! De Kampenaeren adden un wraak. Ze vergaten de skepen tègen te ollen die naor Zwolle gongen, zo waeren ze in un sas want Zwolle adden ze now ies goed te pakken e-ad. Dus, zo kregen de Zwollenaeren un skeldname van Zwolse Blauwvingers, en niet anders, een name die wi'j nog altied met ons metdragen.

Minke Kraijer schrijft wekelijks onder de titel "ZWOLSE PROAT" een stukje in het huis-aan-huis-blad "De Peperbus".

Inloggen

 
gebruikersnaam:  
 
wachtwoord:  
 
 
 
   
Wachtwoord vergeten?  

Klik hier om uw gegevens te wijzigen

 

Stichting Kleurenvisie
Klarendalseweg 31
6822 GA Arnhem