EEN WELDADIG BAD VAN KLEUR

Kleur is nooit fysiek. Kleur is een intuïtieve ervaring; een visuele sensatie die een associatie oproept, geladen met zowel bewuste als onbewuste ervaringen. Hierbij spelen psychologische effecten een rol (kleuren die worden gelieerd aan gevoelen van kilte, warmte of angst), maar ook esthetische aspecten (hoe passen bepaalde kleuren wel of niet bij elkaar). Kleur is al sinds het ontstaan van de schilderkunst een belangrijke peiler waarop de beleving van kunst steunt. In het werk van Fransje Killaars neemt kleur een allesbepalende plaats in. Het is haar voornaamste materiaal, hoe immaterieel het feitelijk ook is.

In 1995 vond Fransje Killaars haar stijl: ruimtevullende installaties, waarin ze felgekleurde stoffen, tapijten, dekens en kussens aanbrengt op de wanden, vloer en bedden. Op het eerste gezicht is het een kakofonie van de meest extreme kleurpatronen, maar al na korte tijd voelt die kleurenmassa aan als een weldadig bad. "Ik schep orde in de chaos, breng een eigen ordening aan, creëer een eigen esthetiek. Ik hou van het 'gesammtkunstwerk'. Ik bezoek een ruimte, bedenk een concept en vervolgens jaag ik dat doel na. De installatie van het werk is daarbij als een performance. Ik begin daarbij vanuit het principe dat een ruimte een nieuwe betekenis moet krijgen door de gegeven architectuur met kleuren om te keren, zoals het invullen van donkere plekken met lichte kleuren. Dit doe ik op basis van het materiaal dat ik bij me heb - vaak tapijten, stoffen en materialen uit eerdere installaties, die ik hergebruik, omdat ik steeds uit mijn eigen alfabet wil putten. Zo bouw ik in een groter verband aan mijn 'gesammtkunstwerk'."
Killaars bespeelt ogenschijnlijk louter de magie van kleur, maar haar werk staat in een stevige abstracte en minimalistische traditie. De referenties zijn talrijk en verdiepen zich bij langer nadenken. Allereerst is er de 'hard edge' -beweging met kunstenaars als Barnett Newman, Ellsworth Kelley, Brice Marden en Kenneth Noland (maar ook Mark Rothko), dan zijn er de 'formelen', zoals Richard Lohse en Josef Albers en tot slot de kunstenaars die ruimtevullende 'ervaringsinstallaties' maken, zoals Kurt Schwitters (Merzbau), James Turell, Daniel Buren en Sol Lewitt (met enorme wandschilderingen vol kleurvlakken en geometrische patronen). Bij de laatste, Lewitt, is Killaars een tijdlang assistent geweest. "Ik had daardoor geen angst voor ruimtes en juist ervaring met werken met kleur in een gegeven architectuur", aldus de kunstenares. En dat blijkt. Killaars toont dat ze ruimtes - hoe groot ook - naar haar hand kan zetten. De sleutel daarvoor ligt in het uitdenken van een systematiek om een ruimte betekenis te geven, een patroon dat in essentie tot in het oneindige te herhalen is. Maat of schaal van de ruimte zijn daardoor te allen tijde bespeelbaar. Killaars' installaties zijn een driedimensionale variant van de allover-composities, die feitelijk de randen van het schilderij 'ontkennen'.

De bron voor de felgekleurde stoffen ligt in India. India is Fransje Killaars' muze. Midden jaren negentig reisde ze voor het eerst naar dit onmetelijke land en al bij het afdalen van de vliegtuigtrap voelde ze de vertrouwdheid van de veelheid aan (kleurige) indrukken die je als bezoeker overvallen. Waar anderen al snel visueel vermoeid raken werd Killaars meer en meer gefascineerd door die wereld vol indrukken. Tijdens een tweede bezoek verbleef de kunstenares in een gastatelier in het zuiden en daar ontdekte ze een weverij die sindsdien al haar ontwerpen weeft: de tapijten die ze in haar grote installaties verwerkt, maar ook gebruiksobjecten als spreien en tapijten.

Handelsmerk is steeds opnieuw het indringende gebruik van kleur, vaak in uitdagende combinaties. Het lef dat Killaars daarbij tentoon spreidt, doet on-Nederlands aan. Felgroen naast intens rood of een oranje bank langs een muur met paarse, blauwe, roze, groen en crèmekleurige vlakken. Het is een festival van kleuren, dat naar alle uithoeken van het spectrum reikt.
Killaars is zich terdege bewust van de sociale en religieuze referenties die aan de kleuren en patronen verbonden zijn. Zoals ze zich ook heel bewust is van de eigenschappen van de diverse stoffen van luxe satijnachtige materialen tot ijle voiles. De kleurcombinaties en (glanzende) stoffen zorgen voor een exotisch tintje aan de werken van Killaars. Haar valkuil is een te decoratieve vertaling van 'oosterse' situaties. Door deze 'beladenheid' te combineren met stevige, minimalistische traditie in de westerse kunst, trapt Killaars niet in die val. De installaties zijn voelbaar meer dan een bespeling van clichés als Haremverblijven of andere weelderige oosterse settingen. En dat heeft weer te maken met het onderliggende idee dat aan de basis van het concept voor de inrichting ligt.
Killaars componeert met kleuren en stoffen, zoals een minimalist met kleurvlakken op een doek doet. Daarin ligt het enige verschil: de werkwijze. Killaars is in die zin ook geen echte 'textielkunstenares'. Ze is een evident product van de eigen tijd: het idee is er eerst en daarbij wordt de passende uitdrukkingsvorm en het materiaal gekozen. Zo maakte Fransje Killaars tijdens een verblijf in 'Het Vijfde Seizoen' - een gastatelier op het terrein van de Willem Arntz Hoeve te Den Dolder - samen met de bewoners van de psychiatrische instelling een gordijn: slierten gekleurde draden acryl, waarin uitgedrukte peuken zijn geregen. De uitgedrukte sigaret is een fraai stilleven van de mens onder hoogspanning. Voor de kunstenares staat het motief voor de enige vrije keuze van de cliënt in een allesomvattende geregisseerde wereld vol zieken. Door dit als materiaal te kiezen, creëerde Killaars een minimalistisch vlak dat de stille getuige van een intense periode is. Zo valt concept en materiaal naadloos met elkaar samen. Door haar vermogen om met kleur een grote ruimte betekenis te geven, wordt Killaars steeds vaker gevraagd voor opdrachten in gebouwen. Recentelijk bedacht ze voor het belastingkantoor in Utrecht een kleurenschema voor de wanden (zowel kleuren uit het bij haar vertrouwde felle gamma, maar ook meer ingetogen tinten) en in de Stichting Fonds voor Beeldende Kunst, Vormgeving en Bouwkunst in Amsterdam verzorgde de kunstenares een aantal ingrepen om de grauwheid van de kantoorruimte te doorbreken. Op de bovenverdieping legde ze een lang, geweven kleed op archiefkasten (een variant van het perzisch tapijtje op het dressoir), ze kleurde werkbladen en bekleedde de grote lange gang achter de entree met repen stof, die allemaal over elkaar heen vallen, als de stalen in een stoffenboek. Bijna geen bezoeker ontkomt eraan: even voelen...
Want dat is ook een wezenlijk aspect van het werk van Killaars: de tactiliteit. Met die tactiliteit sluipt ook een erotische component in het werk. Niet expliciet, maar zeker wel impliciet. Killaars daagt in haar werk uit om na te denken over de essenties van begrippen als kleur en ruimte, maar ook de symboliek die daaraan gehecht wordt vanuit diverse culturen en religies. Killaars ontwortelt de kijker in eerste instantie met de vervreemdende kleurigheid van haar installaties - een aanval op het vertrouwde referentiekader -, maar meteen daarop reikt ze een nieuwe ervaringswereld aan, die de confrontatie ombuigt naar een verrijking.

Bron: KUNSTBEELD 10/02-28, Robbert Roos, www.kunstbeeld.nl 
Site Fransje Killaars: www.fransjekillaars.com

Inloggen

 
gebruikersnaam:  
 
wachtwoord:  
 
 
 
   
Wachtwoord vergeten?  

Klik hier om uw gegevens te wijzigen

 

Stichting Kleurenvisie
Klarendalseweg 31
6822 GA Arnhem