SPEURTOCHT NAAR HISTORISCHE KLEUREN

In Dordrecht is dit jaar een groot historisch kleurenonderzoek afgesloten. Aanleiding voor het onderzoek waren de schreeuwende en afwijkende kleuren waarvoor de bewoners de laatste jaren hadden gekozen, als reactie op het dominante groen op deuren en ramen. In twee artikelen wordt verslag gedaan van dit onderzoek. In dit artikel de uitgebreide en diepgaande speurtocht naar de oorspronkelijke kleuren.

> Aquarel van Het Zeepaert in de Wijnstraat 113 van Johannes Rutten.

>>Dwarsdoorsnede van het verfmonster van het luik van Het Zeepaert. Duidelijk is te zien dat deze niet altijd rood zijn geschilderd.

Iedere stad heeft zijn eigen kleuren en die onthullen iets over de geschiedenis en de Identiteit. In 1981 werd in Maastricht een kleuronderzoek gestart. Ook Gouda, Zwolle en Maastricht hebben hun kleuronderzoeken gehad, terwijl in Amsterdam wordt gewerkt aan een handleiding over kleurtoepassing op monumenten. Hoewel het Dordtse kleuronderzoek niet het eerste in zijn soort is, is er nog nooit één op zo'n grote schaal uitgevoerd. Drie leden van de Stichting De Stad kregen van de gemeente Dordrecht opdracht voor het oriënterend kleurenonderzoek. Zij werden bijgestaan door enkele adviseurs. Het onderzoek concentreerde zich op de slingerende Wijnstraat die bouwhistorisch gezien alle stijlen herbergt. De speurtocht volgde drie sporen: een zorgvuldige bestudering van oude prenten en schilderijen, het zoeken in archieven naar verfbestekken en een microscopisch onderzoek van verfmonsters bij het laboratorium van Sikkens Bouwverven.

OUDE PRENTEN

Nadat de bouwstijlen van de verschillende panden vastgesteld en gegroepeerd waren, be gon Jan Stada, het eerste werkgroeplid, aan het onderzoek naar oude prenten en schilderijen. De eerste poging leverde niet veel op. Een beter uitgangspunt was de collectie prenten van Simon van Gijn, waarnaar het Dordtse museum genoemd is. Uit deze ongekend rijke verzameling waren dertig afbeeldingen bruikbaar. Daarnaast ook meerdere aquarellen van Johannes Rutten die tussen 1830 en 1870 zijn gemaakt zoals de voorgevel van Het Zeepaert in de Wijnstraat 113 (foto).
Tevens is een aantal aquarellen van tijdgenoten bij het onderzoek betrokken. Door deze naast elkaar te vergelijken, bleek dat Dordrecht er in het verleden vrolijker heeft uitgezien. Het stadsbeeld was lichter en gekleurder met veel gele tinten. Omdat de stoomlocomotief en stoomsleepboot in de 19e eeuw opkwamen werden de gele kleuren, door roetaanslag, vuiler. Uit dit deel van het onderzoek bleek dat in 1834 voor het eerst het giftige maar sterke Spaansgroen, een verbinding van koper en azijnzuur is gebruikt. Vier jaar later zijn de deuren van het stadhuis groen geschilderd. Mogelijk is dit door de bewoners nageaapt, hetgeen waarschijnlijk het begin is geweest van de vele groene deuren in Dordrecht waartegen de huidige bewoners zich verzetten.

VERFBESTEKKEN

Een zoektocht in het Stadsarchief van Dordrecht leverde 37 verfbestekken op waarvan de oudste teruggaat naar 1626. Kees Rouw, het tweede werkgroeplid en die dit deel van het onderzoek voor zijn rekening nam, stelde vast dat het stramien van de bestekken door de eeuwen heen vrijwel hetzelfde is gebleven. Bij bestudering bleek ook dat in sommige bestekken de kleuren en applicatietechnieken nauwkeurig waren omschreven. Omdat de onderzoekers geen (oude) schildersopleiding hadden gevolgd, kwamen zij pigmentnamen tegen waarbij zij zich weinig konden voorstellen. Zo stond in een bestek van 1750: 'Maeslaers huys met daerby het geheele huysie van den commissaris. Deuren, vensters en ramen dienen mittael van kleur te worden'. Het bleek dat het hier ging om een olijfgroene kleur die in die tijd in de mode was. Deze verf werd gemaakt door menging van geel, zwart en Spaansgroen. Ook pigmentnamen als geelen engelscgen oocker, root formilloen, doode kop en soortgelijke pigmenten stonden in de bestekken vermeld die door de onderzoekers niet werden herkend. Uiteindelijk leverden de verfbestekken 15 kleuren op. Om over de praktische toepassing en het tijdbeeld een beter inzicht te krijgen, maakte architectuurhistorica Olga van het Klooster met originele, nog de steeds verkrijgbare, pigmenten en standolie kleurtrapjes met regelmatige intervallen van donker naar licht. Zo gebruikte zij Engelse gele oker dat steeds met negen oplopende gelijke delen loodwit en standolie werd gemengd. Met de trapjes konden de kleuren vergeleken worden zoals die op de prenten voorkwamen.

COUPES

De zoektocht in verfbestekken en op historische prenten leverde een rijke geschakeerde hoeveelheid informatie op. Door een microscopisch onderzoek van verfmonsters, ook wel coupes genoemd, werd nog meer inzicht verkregen. Leo Ligtermoet, technisch consulent van Sikkens Bouwverven, nam dit onderdeel samen met de laboratoriummedewerkers voor zijn rekening.

De vraag is dan op welke plaatsen je de meeste verflagen kunt verwachten. Vanuit zijn schilderspraktijk wist Ligtermoet dat het de moeilijk bereikbare plaatsen zijn. Hierbij kan gedacht worden aan kanten van ramen en deuren, op sponningen, daklijsten, muurankers, kraaldelen en bij lofwerk. Door de eeuwen heen brandde de schilder op die plaatsen de verflaag niet af. Hij was bang voor brand en het beschadigen van details van het werk. Op die plaatsen werd met een fijn beiteltje een verfmonster inclusief een stukje hout weggestoken. De onderzoekers verzamelden en nummerden ruim veertig monsters. In het Sikkenslaboratorium fixeerden ze de monsters door ze op een houten blokje te lijmen. Met een sledemicroscoop werd een uiterst dun plakje van de bovenkant van het monster gesneden. Door de gladde zijkant konden ze de gehele verflaag met een microscoop bekijken. Het resultaat was verbluffend, want bij een van de monsters waren veertig lagen herkenbaar. De onderste laag was okerkleurig, naar boven toe werden de lage steeds lichter en de bovenste laag was bijna wit.

Nadat het aantal bekend was, konden de onderzoekers onder een andere microscoop een inschatting maken van de tijd waarop de verschillende verflagen zijn aangebracht. Als daarbij wordt uitgegaan gaan van een vijfjaarlijkse schilderbeurt komt een verfgeschiedenis van meer dan 200 jaar in beeld. Met al deze gegevens was veel informatie verzameld. Het geheel was echter nog niet als zodanig bruikbaar. Er moest vervolgens worden gekeken hoe dat voor de praktijk in beeld gebracht kon worden. Ook dan ben je er nog niet, want als men terug wil naar de identiteit van de stad, zal daar ook een gemeentelijk beleid op afgestemd moeten worden. In het tweede deel van dit historisch kleuronderzoek komen deze aspecten aan de orde.

VIA COMPUTER NAAR HISTORISCHE KLEUREN

Het kleuronderzoek in Dordrecht dat onlangs werd afgesloten, leverde een grote hoeveelheid gegevens op. Maar dan de realiteit. Als de panden uit verschillende stijlperioden zouden worden geschilderd met de gevonden kleuren, ontstaat een kakofonisch kleurenbeeld. De kunst is dan om, uitgaande van de historische kleuren, een kleurenbeeld te realiseren dat harmonisch past in het hedendaagse straatbeeld.

Met de gegevens van prenten, verfbestekken en het onderzoek van de verfmonsters ging Hendrik Groeneweg, het derde werkgroeplid, aan de slag. Hij zette om te beginnen de gevonden historische kleuren in een schema. De horizontale lijn hiervan werd verdeeld in verschillende architectuurperioden. Op de verticale lijn werden zeven verschillende bouwonderdelen gezet. Het ging om kozijnen en kroonlijsten, ramen, deuren en luiken, onderpuien en pleisterwerk. Met het schilderwerk van baksteen en stenen plinten werd deze lijst afgesloten. Bij de kozijnen en kroonlijsten is duidelijk te zien dat de kleuren in de loop van de tijd steeds lichter werden. Een verklaring hiervoor kan zijn dat de schilder vanaf 1650 meer loodwit gebruikte. In dat jaar werd in ons land de eerste loodwitfabriek opgericht. Deze verf werd in ons land met de paardenmestmethode geproduceerd en werd daardoor goedkoper. Ook was loodwit in combinatie met lijn- of standolie een sterke verf. Van loodwit dat aangekleurd is met gele oker werd Bentheimergeel gemaakt. Deze kleur werd gebruikt om gepleisterde gevels de indruk van Bentheimersteen te geven. Uit het schema blijkt ook dat deuren en luiken door de eeuwen heen altijd een sprekende en vaak donkere kleur hebben gehad.

COMPUTER

Ondanks de zorgvuldigheid van het microscopisch onderzoek is geen 100 procent zekerheid over de juiste kleur te geven. De kleuren die aangetroffen werden, zijn jarenlang aan daglicht blootgesteld geweest waardoor verkleuring niet is uitgesloten. Ook kunnen de verven door het gebruik van lijn- of standolie vergeeld of nagedonkerd zijn. Zelfs vuilaanslag, glansverschil en soortgelijke factoren kunnen van invloed zijn geweest waardoor de kleur niet exact te bepalen is. Omdat de historische kleuren nu niet konden worden gebruikt, moest naar compromissen worden gezocht. Uitgaande van een bepaalde kleur van eik bouwonderdeel zijn daarvoor talloze verfstalen uitgeprobeerd. Daarbij is gekeken of de gevonden kleur niet te fel, te vlak of te flets was. Om dit werk efficiënt te kunnen doen, is van de computer gebruik gemaakt. Medewerkers van het Sikkenslaboratorium hebben tachtig gevelaanzichten ingevoerd. Op de uitdraai zijn de bestaande kleuren met behulp van het Sikkens ACC systeem ingevoerd. Hierna is op een nieuwe uitdraai de kleur genoteerd waarvan men dacht dat deze de historische kleur zo goed mogelijk benaderde. Met veel geduid zijn de kleuren van alle bouwonderdelen per woning, uitgaande van het kleuronderzoek de revue gepasseerd. Steeds weer zijn deze beoordeeld en ook vaak weer vervangen. Dankzij het werken met de computer konden de panden van de dezelfde stijlperioden naast elkaar worden gezet. Hierdoor werd het duidelijk welke kleuren in een bepaalde tijd zijn gebruikt.

TOTAALBEELD

De volgende stap was dat alle panden van de Wijnstraat op huisnummer naast elkaar zijn gezet. Zo kon worden vastgesteld hoe de kleurstelling was ten opzichte van de naastliggende panden. Ook kon men een indruk krijgen van het totale straatbeeld. Het eindresultaat is een overzicht van 55 Dordtse kleuren waarvan een speciale kleurenwaaier wordt samengesteld. De kleuren zijn voorzien van de ACC-code. Hierdoor zullen in de toekomst twijfels over de juiste kleur zijn uitgesloten. Daarnaast is per kleur een naam toegekend die refereert aan de omschrijvingen uit de verfbestekken, het te imiteren materiaal of andere inspiratiebronnen uit de Dordtse geschiedenis. Een voorbeeld hiervan is het Merwedegrijs met de code FN.02.57. die refereert aan de Merwede die langs Dordrecht stroomt.

VISIE

Jarenlang is aan het kleuronderzoek gewerkt. De waag is dan ook wat er met de uitkomsten wordt gedaan. Deze vraag geldt niet alleen voor Dordrecht maar voor elke gemeente of instantie die zich met dit onderwerp bezighoudt Aan de hand van de gegevens is het belangrijk dat eerst een visie wordt ontwikkeld. Vervolgens moet worden bepaald af men bereid is op langere termijn het doel na te streven, ook als daarvoor financiële middelen beschikbaar moeten worden gesteld. Als tot uitvoering wordt overgegaan, is de volgende stap uitgebreid bekendheid te geven aan het plan. Bewoners en eigenaren van panden moeten bewust en enthousiast worden gemaakt. Het is noodzakelijk hen te stimuleren de kleuren te willen gebruiken. Het spreekt dan voor zich dat een gemeente of instantie zelf hierbij het voorbeeld geeft door hun panden ook historisch geïnspireerd te laten schilderen. Ook moeten makelaars, notarissen, architecten, projectontwikkelaars en woningbouwcorporaties goed geïnformeerd en erbij betrokken worden om een goed slagingspercentage te kunnen verwachten. Datzelfde geldt voor schildersbedrijven die het werk uitvoeren. Juist zij moeten op de hoogte zijn van de gang van zaken en weten waar zij informatie kunnen krijgen.

DATABANK

Alleen visie en voorlichting is echter niet voldoende. Er zal ook een verantwoord kleurenbeleid moeten worden ontwikkeld. Daarbij komt natuurlijk de vraag of het kleurenbeleid dwingend opgelegd kan worden. In ieder geval moeten bewoners of eigenaren die hun huis willen laten schilderen, een advies kunnen krijgen zelf bepalen wat ze doen.

Op langere termijn zou gebruik kunnen worden gemaakt van een databank. Hierin kan alle kennis over kleurgebruik bij een bepaald pand en de daarbij verstrekte adviezen worden opgeslagen. Bewoners en eigenaren moeten in staat worden gesteld om een kleuradvies te laten opstellen. Met behulp van een monsterkoffer, waarin monsters met de kleurnaam en code, kan visueel worden gemaakt hoe het schilderwerk eruit komt te zien. Door de gekozen kleuren in een databank op te slaan is het later eenvoudig om dezelfde kleurnummers op te vragen. De gemeente Dordrecht heeft voor bewoners die gecharmeerd zijn van het kleurenplan een zevenstappenplan opgesteld. Hiermee kan de bewoner zelf nagaan of hij een bijdrage kan leveren aan een verantwoord kleurgebruik.

Door voorzichtig, terughoudend en niet dwingend te werken, zal de invloed van het onderzoek over een aantal jaren zichtbaar zijn. Ongemerkt zal het stadsbeeld in harmonie teruggebogen worden, waardoor Dordrecht op den duur de sporten van haar geschiedenis identiteit heeft voortgezet. Het grote kleurenonderzoek is dan niet voor niets geweest.

Bron: Eisma’s Schildersblad jaargang 104, nrs 10/11 (2002), Jan Heesters

Inloggen

 
gebruikersnaam:  
 
wachtwoord:  
 
 
 
   
Wachtwoord vergeten?  

Klik hier om uw gegevens te wijzigen

 

Stichting Kleurenvisie
Klarendalseweg 31
6822 GA Arnhem